Terug naar: Home » Interviews

"mbo-ers zijn heus niet dom, hoor"

Door Vincent van der Spek

In de periode april 2003 - februari 2004 interviewde ik in totaal 16 hbo-studenten met een mbo-achtergrond. Alhoewel hieruit vanwege het geringe aantal geen harde conclusies getrokken kunnen worden, vertelden zij mij vaak een opvallend vergelijkbaar verhaal.

Natúúrlijk worden voor dergelijke interviews door de opleidingen de beste studenten naar voren geschoven. Ze ronden hun opdrachten met een ruime voldoende af en halen hun tentamens. Als ze de propedeuse nog niet hebben gehaald, zal dit op korte termijn toch zeker wel gebeuren. Daarmee vertegenwoordigt de groep geïnterviewden – die overigens verschillende opleidingen bij verschillende instellingen volgen en allen een verschillende mbo-achtergrond hebben – misschien een grote groep doorstromers vanuit het mbo niet. Toch zijn hun vaak eensgezinde antwoorden veelzeggend en zeker ook van toepassing op de minder succesvolle studenten.

 

Actief stimuleren
In tegenstelling tot wat in mijn werkomgeving vaak verondersteld wordt, blijken veel van de ondervraagde mbo’ers al in het begin van hun mbo-opleiding de wens tot doorstromen te hebben, zoals Osman (21): “Eigenlijk wist ik het op de lts al” en Danny (20): “Op de basisschool wist ik al dat ik in het gevangeniswezen wilde gaan werken en daar heb je een hbo-diploma voor nodig”. Het initiatief om door te studeren komt meestal van de leerling zelf, aangezien maar liefst 14 van de 16 ondervraagden aangeeft dat voorlichting over vervolgstudies onvoldoende was, of zelfs geheel ontbrak. Dit blijkt ook uit een landelijk onderzoek van de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) in het voorjaar van 2005. Hierin kwam naar voren dat slechts 14 procent van de ROC-deelnemers aangeeft dat zijn voldoende worden voorgelicht over doorstudeermogelijkheden. De opmerking van Danny is treffend: “ik heb op het mbo nooit informatie over het hbo gehad.” Ambitieuze en talentvolle leerlingen zouden hierin door ROC’s - in samenwerking met de hbo-instellingen - veel meer actief gestimuleerd moeten worden. Een mbo-diploma is een prima eindkwalificatie, maar het wordt op de ROC’s ten onrechte veelal nog exclusief als eindonderwijs beschouwd.

 

De overstap
Tien studenten stellen dat ze vooral in de beginfase de nodige moeite hebben gehad met de overstap, zeker het eerste halfjaar. Janske (23): “Vooral in het begin was het wel even pittig, ja” en Scharon (20): “Ja, het was wel een beetje een cultuurshock”. Er gaat veel schuil in de laatste opmerking. Deze studenten blijken het hbo-niveau goed aan te kunnen, maar hebben wel een aanzienlijke aanloopperiode nodig om goede resultaten te halen. De aansluiting met de vakken vormt niet zo’n groot probleem, vinden zij zelf, al hebben de techneuten duidelijk moeite met wiskunde. De aansluitproblemen blijken voornamelijk te liggen bij de verschillende manieren waarop het onderwijs wordt aangeboden. Door de nieuwe onderwijsvorm waarmee de oud mbo-ers te maken krijgen, zoals Probleem Gestuurd Onderwijs (PGO), lijkt een periode van omschakeling voor de hand te liggen. Maar is het daadwerkelijk nodig dat dit vaak zoveel tijd in beslag neemt? Mbo-ers met de ambitie om door te studeren zouden op het mbo al kennis moeten maken met het hbo-niveau en zouden eenmaal op het hbo beter moeten worden opgevangen en begeleid. “Het was wel wennen dat je vanaf de eerste periode eigenlijk aan je lot wordt overgelaten”, aldus Dennis (20). Sharon zegt hierover: “je moet zelf keuzes maken: ze worden niet meer voor je gemaakt”. Het lijkt voor de hand te liggen dat door een gebrekkige begeleiding een deel van de doorstromers al in de beginfase onnodig afhaakt. Het hbo moet de studenten niet alleen binnenhalen, maar moet ook de verantwoordelijkheid nemen om de voorwaarden voor een succesvol verblijf te optimaliseren, resulterend in een hoger rendement.

 

spijt
Spijt dat ze geen havo hebben gedaan (om zo sneller door te stromen naar het hbo) hebben de geïnterviewden vrijwel niet. De ondervraagden zien met name hun opgedane werkervaring en het reeds gevormde beroepsbeeld als voorsprong op havisten. Dennis: “je merkt dat je als mbo’er al werkervaring en vakkennis hebt”. Janske vult hem aan: “ik heb in het werkveld al een visie gevormd, de havisten nog niet”. En Alexander: “Ik heb heel bewust voor bouwkunde gekozen. Voor de havisten was het werkveld nieuw en daardoor kwam een deel erachter dat ze de verkeerde keuze hebben gemaakt”. Alleen Robbert (22) heeft er wel spijt van dat hij via het mbo naar het hbo is gegaan, maar hij is dan ook al in het bezit van een havo-diploma. Toch ziet hij zeker de voordelen van het mbo in, met name in de vakinhoudelijke kennis die hij er heeft opgebouwd.

 

studieloopbaanbegeleiding
Een sleutel tot het vergroten van het succes van de oud mbo’er in het hbo is een doorlopende studieloopbaanbegeleiding, mét aandacht voor de doorstroomcomponent. In dit systeem staat de individuele student centraal en oriënteert die zich met een deskundige begeleider systematisch en actief op het studieverloop. Hiermee kan de student de eigen loopbaan beheren en creëren. Dat begint al bij de intake op het mbo: dan kan gevraagd worden of een student al eventueel de wens tot doorstroming naar het hbo heeft. Sommige startende mbo-deelnemers zal dit vreemd voorkomen, omdat zij net aan een nieuwe opleiding beginnen, maar hiermee gaat het idee van doorstromen wél leven. Vervolgens kan de loopbaanbegeleiding beginnen, met als onderliggende vraag 'werken of doorleren?'. Voor de studenten die van plan zijn om door te studeren, zullen de hbo-instellingen een deel van de loopbaanbegeleiding op zich nemen. Hierbij kan worden gedacht aan voorlichtingsbijeenkomsten, informatielessen, proefstuderen en een met het ROC opgezet doorstroomprogramma. Hiermee krijgt de deelnemer zicht op het niveau en de werkwijze van het hbo. De studieloopbaanbegeleiding stopt niet bij de inschrijving voor de vervolgopleiding, maar loopt tijdens het volgen van de hbo-opleiding gewoon door. De totale begeleiding zou moeten leiden tot een vergroting van het succes van de oud-mbo’ers in het hbo. En wanneer meer oud ROC-deelnemers slagen in het hbo, zal de mbo’er eindelijk ook door de laatste criticasters op het hbo op de juiste waarde worden geschat: als kansrijk student. Want voor degenen die het nu nóg niet weten, zal Kanar (23) het nog één keer uitleggen: “Mbo’ers zijn heus niet dom hoor!”